
Wandelpaden in stadsbossen zijn vaak onnodig fel verlicht. Dat blijkt uit nieuw promotieonderzoek aan de Universiteit van Lund (Zweden). Zwakkere, warmere verlichting wordt door wandelaars minstens zo goed gewaardeerd als het gangbare sterke, witte licht, terwijl het nachtactieve dieren veel minder verstoort.
Wandelen in het donker: wat willen mensen echt?
Stadsnabije bossen bieden ruimte voor ontspanning, natuurbeleving en herstel. Maar in het winterhalfjaar is het donker een drempel: het zicht is slechter en mensen voelen zich minder veilig. De gebruikelijke oplossing is fel, wit licht langs de paden. Volgens milieupsycholoog Georgios Tsiakiris heeft dat een keerzijde: wit licht kan nachtactieve dieren verstoren, draagt bij aan lichtvervuiling en kan bij mensen de aanmaak van melatonine verminderen en de nachtrust verslechteren.
Het onderzoek: 176 wandelaars, vier studies
Het proefschrift bundelt vier studies in stadsbossen bij Uppsala (Zweden) en Ålesund (Noorwegen). In totaal liepen 176 deelnemers van 18 tot 82 jaar alleen een vaste route over bospaden. Bij Uppsala werd gewandeld bij daglicht, bij sterk wit licht, bij gedimd licht en bij warmer, gedimd licht uit lantaarnpalen. In Ålesund probeerden deelnemers hoofdlampen met verschillende lichtsterkte, kleur en richting. Vóór en na elke wandeling vulden ze vragenlijsten in over onder meer veiligheidsgevoel, zicht, welbevinden, herstel en de wens om terug te komen.
Gedimd en warm licht scoort minstens zo goed
Ook verlichting met een lagere lichtsterkte en een warmere kleurtemperatuur dan gebruikelijk werd door de deelnemers gewaardeerd. Het herstellende effect was het grootst bij daglicht, maar ook in het donker bij kunstlicht voelden mensen zich na de wandeling beter, ongeacht het lichtscenario. Vrouwen ervoeren gemiddeld een iets lager veiligheidsgevoel. Opvallend: hoofdlampen werkten beter dan verwacht. Tsiakiris oppert dat gemeenten die zouden kunnen uitlenen in kwetsbare Natura 2000-gebieden, waar men vaste verlichting liever vermijdt. De onderzoekers noemen ook beperkingen: de wandelingen waren georganiseerd en de meeste deelnemers kenden de omgeving al.
Wat betekent dit voor Nederland?
Voor Nederlandse gemeenten, terreinbeheerders en eigenaren van parken en recreatiegebieden is dit een duidelijk signaal: meer licht is niet automatisch beter. Paden langs of door groen kunnen met minder en warmer licht nog steeds prettig en bruikbaar blijven, terwijl vleermuizen, insecten en andere nachtdieren minder hinder ondervinden. Door de lichtsterkte en kleurtemperatuur bewust te kiezen, en waar mogelijk te dimmen, sluit verlichting beter aan bij zowel mens als natuur.
Bij Leds go for the best helpen we gemeenten, wegbeheerders en vastgoedeigenaren met precies deze afweging: dynamische, sensorgestuurde verlichting die alleen licht geeft wanneer het nodig is, vleermuisvriendelijke verlichting voor paden in en langs de natuur, en NB-IoT-lichtmanagement waarmee lichtniveaus op afstand en veilig (met aandacht voor cybersecurity) worden ingesteld. Benieuwd wat dit voor uw locatie kan betekenen? Neem gerust contact met ons op.
Bron: Sara Håkansson, "Rätt belysning lockar fler till kvällspromenad", Lunds universitet (nieuwsbrief Apropå), 20 augustus 2026; gebaseerd op het proefschrift van Georgios Tsiakiris. Lees het originele artikel.
